Wat kan je doen wanneer één van beide partners ziek wordt? - Successiehuis

Wat kan je doen wanneer één van beide partners ziek wordt?

8 maart 2025

Wanneer iemand ziek wordt is het belangrijk om na te denken over wat er nog kan worden gedaan om de langstlevende partner maximaal te beschermen en/of erfbelasting te optimaliseren. Je wil immers niet dat je nabestaanden bovenop het menselijk verlies ook nog eens worden geconfronteerd met onnodige financiële stress. En zoals bij alles geldt dat het beter is om er tijdig over na te denken zodat je nog de gepaste stappen kan zetten.

Wie bijvoorbeeld gehuwd is met een wettelijk stelsel waarbij het vermogen grotendeels in de huwelijksgemeenschap zit, kan overwegen om het huwelijkscontract aan te passen en te voorzien in een asymmetrische uitbreng.

Dat impliceert concreet dat het vermogen uit de huwelijksgemeenschap wordt overgebracht naar het eigen vermogen van de ‘gezonde’ partner. Dit kan een substantiële fiscale besparing met zich meebrengen. Wanneer de zieke partner komt te overlijden betekent dit immers dat er géén erfbelasting verschuldigd zal zijn op het uitgebrachte vermogen. Het uitgebrachte vermogen maakt door de gedane uitbreng immers geen deel meer uit van het gemeenschappelijk vermogen, maar van het eigen vermogen van de langstlevende.

Is dit dan geen fiscaal misbruik? In antwoord op een parlementaire vraag (parl. vr. nr. 419, 05/12/2023) heeft de Vlaamse minister van financiën geantwoord dat deze werkwijze géén fiscaal misbruik uitmaakt. Dit kan dus een valabele denkpiste zijn.

Niet alleen wordt op die manier bij het eerste overlijden een fiscale besparing gerealiseerd, bovendien bescherm je hiermee de langstlevende van de partners. Deze zogenaamde horizontale vermogensplanning biedt de langstlevende partner de hoogst denkbare vrijheid om naderhand naar eigen goeddunken en zonder inspraak van de kinderen over het vermogen te beschikken.

Het is aangewezen dat de langstlevende dat vermogen op termijn doorschenkt aan de kinderen zodat ook bij het overlijden van de langstlevende minder erfbelasting verschuldigd is.

Wordt de langstlevende eveneens ziek, dan kunnen eerder gedane onderhandse niet-geregistreerde schenkingen van roerende goederen aan de kinderen die niet langer dan 5 jaar geleden zijn gebeurd (voor roerende schenkingen van voor 2025 is deze termijn 3 jaar), alsnog geregistreerd worden aan 3%. Dit kan bij wijze van spreken zelfs tot op het sterfbed.

Op die manier is er ook op deze schenkingen geen erfbelasting meer verschuldigd. Het vlakke tarief van 3% is dan de enige betaalde belasting.

Deze combinatie zorgt er dus voor dat de globale fiscale factuur goed meevalt, zeker in de wetenschap dat de langstlevende partner op die manier levenslang vrij over het familiaal vermogen heeft kunnen beschikken.

Voor onroerende goederen liggen de zaak iets gecompliceerder, maar ook daar zijn er zeker nuttige denkpistes.

Jan Vanoverbeke

jan.vanoverbeke@successiehuis.be

0460.96.52.20