Successierechten op jouw onderneming? 3% of 27%?

10 november 2020
zaakvoerder

Ondernemers zijn wroeters. Tegen de wind in probeer je als een echte flandrien een zaak uit de grond te stampen. Na 20 jaar hebben je een succesvolle business, maar dan slaat plots het noodlot toe. Je sterft.

Een onderneming en erfbelasting

Jouw erfgenamen worden geconfronteerd met een pak emoties en tal van praktische beslommeringen. Hoe kan de onderneming verder draaien? Wie neemt het roer in handen, wie heeft welke rechten? Daarbovenop komt het successievraagstuk: moet er erfbelasting worden betaald op de waarde van de aandelen of de zaak? Welke waarde? En welke belasting?

Het waarderingsvraagstuk

Het is dus aan de erfgenamen om de business te waarderen. Het gaat over de marktwaarde, dat is de waarde die een koper onder normale omstandigheden op tafel zou leggen. Een aartsmoeilijk vraagstuk, waarbij tientallen waarderingsmethodes kunnen worden gebruikt. Op die moeizaam bepaalde waarde betalen jouw erfgenamen in Vlaanderen erfbelasting. Stel je hebt een zaak met een waarde boven de één miljoen euro. Wel, die volledige waarde valt in jouw nalatenschap (gesteld dat je als oprichter 100% van de aandelen had). Jouw partner of echtgenoot erft veelal het vruchtgebruik, jouw kinderen erven de blote eigendom. Alle erfgenamen betalen erfbelasting op hun deel.

Het fiscale vraagstuk

Het tarief van de erfbelasting start bij 3%, maar vanaf een erfdeel van €250.000 betaal je 27%. Dat is een zware pil. Vaak moeten dan andere goederen worden verkocht om de successierechten te betalen. Sinds 1 januari 2012 bestaat er gelukkig een gunsttarief voor zogenaamde ‘familiale ondernemingen en vennootschappen’. Als je aan de voorwaarden voldoet, betalen jouw erfgenamen een vlak tarief van 3% op de waarde van de aandelen of de waarde van de onderneming.

Voorwaarden voor het gunsttarief

Al dan niet voldoen aan de voorwaarden, maakt dus een wereld van verschil. De voorwaarden zijn vrij strikt. De onderneming of de stemrechten op de aandelen van de vennootschap moeten vooreerst bij de erflater of zijn dichte familie geconcentreerd zitten. Voorts moet er een activiteit van handel, nijverheid, landbouw, ambacht of vrij beroep uitgeoefend worden. Tot slot controleert de fiscus aan de hand van bepaalde parameters of er wel een reële economische activiteit wordt uitgevoerd. Weinig personeel en veel vastgoed zorgen voor een verlies van het gunsttarief. Dat tarief moet trouwens worden aangevraagd in de aangifte nalatenschap, met de nodige bewijsstukken en met de belofte om de zaak of de onderneming nog drie jaar verder te zetten. De voorwaarden zijn dus niet evident.

Ons advies

Alle ondernemers en vrije beroepers hebben er baat bij om nu al eens na te zien of hun onderneming of vennootschap een familiaal karakter heeft en aldus voldoet aan de voorwaarden om van het gunsttarief te genieten. Dat kan gemoedsrust schenken of net aantonen dat actie vereist is.