Successieplanning en het nieuwe wetboek vennootschappen en verenigingen (WVV)

17 oktober 2019
successieplanning vennootschap

Door de politieke commotie van de laatste maanden is het misschien wat verloren gegaan, maar sinds 1 mei 2019 is het wetboek vennootschappen volledig gemoderniseerd. Het paradepaardje van Koen Geens biedt interessante mogelijkheden inzake successieplanning.

Eenvoudiger

Eerst en vooral wilde de minister schoon schip maken met de wildgroei aan vennootschapsvormen. Uiteindelijk zullen er acht vormen overblijven in plaats van veertien op vandaag.  Dat is eigenlijk de basis. Daarnaast worden in het wetboek de verenigingen en stichtingen geïntegreerd, terwijl deze vroeger onderdeel waren van een apart wetboek. Alles wordt dus overzichtelijker en heel wat actuele vennootschapsvormen zullen dan ook verdwijnen

Flexibeler

De hervorming beoogt een grotere contractuele vrijheid via de statuten. Hier kan op maat van de specifieke wensen en eisen van de betrokken aandeelhouders worden gewerkt. Denken we bijvoorbeeld aan aandelen met meervoudig stemrecht, clausules in verband met de overdraagbaarheid van de aandelen of aandelen die recht geven op een kleiner of een groter deel van de winst. Die flexibiliteit gaat heel ver. Het lijkt erop dat vooral de BV (de vroegere BVBA) een volledige gedaanteverwisseling heeft ondergaan.

Successieplanning en het nieuwe WVV

Door de verregaande statutaire vrijheid is het mogelijk in de toekomst aandelen in volle eigendom weg te schenken, maar toch als ouders controle te behouden, bijvoorbeeld door de creatie van een specifieke categorie van aandelen. Deze zouden dan recht kunnen geven op bevoordeelde inkomsten (dividenden) zodat de schenkers hun levensstandaard op peil kunnen houden. De combinatie van een adequate opvolgingsregeling mét controle- en inkomstenbehoud is bij successievraagstukken de heilige drievuldigheid.

Alle bestaande controlestructuren overboord?

Toch niet. Advocaten en adviseurs tasten op dit ogenblik de grenzen van het nieuwe WVV af. Bestaande controlestructuren zoals maatschappen of stichtingen zijn niet ten dode opgeschreven, integendeel. Het nieuwe WVV klaart ook voor deze structuren een aantal vraagstukken uit, zodat de wettelijke fundamenten duidelijk verstevigen. Bovendien zijn deze instrumenten al vaak getest (en goed bevonden) door een ruime waaier aan beslissingen en standpunten die de Vlaamse Belastingdienst met de regelmaat van de klok publiceert. Dit kan uiteraard nog niet gezegd worden van de BV nieuwe stijl of zijn soortgenoten.

Conclusie: Het nieuwe WVV biedt perspectief voor familiale ondernemingen. Er kan gewerkt worden met statuten op maat, geënt op de voorliggende situatie. In combinatie met een goed uitgewerkte schenking kan bijvoorbeeld de nieuwe BV (of NV) mogelijkheden bieden om de successieproblematiek uit te klaren. Toch is enige voorzichtigheid geboden: hoe ver kan men gaan en wat is de positie van de fiscus (VLABEL)? Het lijkt erop dat de goede oude controlestructuren vandaag meer houvast bieden voor een planning op korte en middellange termijn. Het staat echter als een paal boven water dat het WVV op termijn valabele alternatieven zal bieden. De keuze wordt uitgebreider, een goede begeleiding wordt echter nog belangrijker.