Het wettelijk vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot biedt een stevige bescherming
3 augustus 2026
Wanneer je gehuwd bent, dan erft de langstlevende van beide partners het vruchtgebruik op de gehele nalatenschap.
Concreet voor wat betreft de gezinswoning betekent dit in de eerste plaats dat de langstlevende zich ervan verzekerd weet dat hij levenslang in de gezinswoning zal mogen blijven wonen.
Hij loopt daarbij ook niet het risico dat de kinderen, die de blote eigendom van de nalatenschap erven, hem zouden kunnen dwingen om hen uit te kopen. Hij kan dus rustig blijven wonen en hoeft daarvoor niemand uit te betalen.
De wettelijke basis hiervoor vinden in we artikel 4.61 §7 van het Burgerlijk Wetboek. Daarin lezen we uitdrukkelijk dat het vruchtgebruik van de gezinswoning en het daarin aanwezige huisraad niet tegen de wil van de langstlevende echtgenoot kan worden omgezet. Indien de langstlevende echtgenoot dat wil kan hij dus levenslang in de gezinswoning blijven wonen, ook al zouden de kinderen, die de blote eigendom hebben, dat niet echt zien zitten. Het is vanuit hun standpunt misschien niet verwonderlijk de omzetting te willen vragen, want zij betalen erfbelasting om de blote eigendom te krijgen, maar in de praktijk zijn ze daar niks mee zolang de langstlevende echtgenoot leeft en beslist in de gezinswoning te blijven wonen.
Sterker nog, vermits het om een vruchtgebruik gaat en niet om een recht van bewoning, zou de langstlevende echtgenoot op een gegeven ogenblik zelfs kunnen beslissen om niet langer zelf in de gezinswoning te wonen en integendeel beslissen om die te verhuren. Ook dan nog blijft de bescherming van de gezinswoning intact. De wettelijke bescherming is immers gekoppeld aan het geërfde vruchtgebruik op de voormalige gezinswoning, niet aan een blijvende bewoningsplicht.
Dit biedt een grote vrijheid voor de langstlevende partner. Hij kan immers op elk ogenblik beslissen om de gezinswoning te verlaten, bijvoorbeeld omdat hij vindt dat de woning te groot is geworden voor één persoon of omdat hij het niet langer ziet zitten om integraal in te staan voor het onderhoud ervan.
De langstlevende echtgenoot zal, wanneer hij beslist de woning te verhuren, levenslang van de huurinkomsten kunnen genieten. De huurinkomsten zijn dan immers de vruchten van de gezinswoning en die komen integraal ten goede aan de vruchtgebruiker.
In zoverre de huurinkomsten geïndexeerd zijn geniet hij zo van een budget dat mee evolueert met de levensduurte. Dit is niet onbelangrijk want in zijn hoedanigheid van vruchtgebruiker zal hij ondermeer moet instaan voor de betaling van de brandverzekering en de onroerende voorheffing. Door de jaarlijkse indexatie van het kadastraal inkomen kan die laatste kostenpost serieus oplopen.
Wij kunnen samen met jou kijken hoe we best in hoeverre het wettelijk vruchtgebruik op de gezinswoning voldoende oplossing biedt aan jouw specifieke wensen. Misschien volstaat het wettelijk vruchtgebruik, maar misschien zijn er ook bijkomende beschermingsmaatregelen nodig.
Jan.vanoverbeke@successiehuis.be
0460/96.51.20
Site by DENK! Creatieve marketing