Feitelijke samenwoning: vrijheid, dwaasheid?

4 april 2019
feitelijk samenwonen
Samenhokken is hip. Feitelijke samenwoners zijn gehecht aan hun vrijheid en leven onder het motto: ‘pluk de dag’. Nogal wat (jong)volwassenen hebben schrik om zich te binden. Die bindingsangst leidt soms tot prangende situaties.

 

“Trouwen? Nee hoor, daar denk ik zelfs niet aan. Samenwonen ja, maar met de nodige flexibiliteit. We zien wel wat er komt en hoe we dan de zaken bestieren. “ Ja, ja.

Mensen die geen verklaring afleggen voor de ambtenaar van de burgerlijke stand zijn zogenaamde feitelijke samenwoners. Ze hebben geen enkele verplichting ten opzichte van elkaar en genieten de ultieme vrijheid. Bij elke factuur die binnenkomt (bijvoorbeeld energiefactuur of Netflix-abonnement) kan dan gebakkeleid worden over wie wat gaat betalen. De factuur komt op naam van één van de samenwoners binnen, maar die vindt dat de andere toch net iets meer uren heeft ‘genetflixt’. Van vandaag op morgen kan men met de noorderzon vertrekken zonder enige verplichting tot alimentatie of vergoeding. Temptation ???? Het lijkt aanlokkelijk, maar is de bron van oeverloos gepalaver.

Het is net iets beter om bepaalde zaken op papier te zetten. Men spreekt dan van een samenlevingsovereenkomst waarin afspraken worden gemaakt inzake inkomsten, uitgaven of kosten. Dit brengt toch al structuur in de chaos en vermijdt continu gebekvecht. Zelfs een tijdelijke alimentatieregeling na een breuk kan in een dergelijke overeenkomst worden opgenomen. Dit contract kan gewoon tussen partijen worden afgesloten of men kan hiervoor beroep doen op een notaris. Een notariële akte biedt meer zekerheid in verband met de afdwingbaarheid van de afspraken.

Feitelijke samenwoners moeten zeker bij de les zijn als er samen vastgoed wordt gekocht. Elk koopt dan zijn deel van de woning en is mede-eigenaar. De lening en de schuldsaldoverzekering zijn individueel per partner. Stel dat één van beiden plots overlijdt, dan zal dat deel van de woning normaal toekomen aan de familie van de overledene (ouders, broers, zussen), tenzij de overledene reeds eigen kinderen had. De langstlevende van de partners zal dan het huis uit moeten indien de betrokken familie de woning wil verkopen. Als men dit wil voorkomen kan men – bij de aankoop – werken met een zogenaamd beding van aanwas. Veel feitelijke samenwoners zien dit over het hoofd. Een testament kan gedeeltelijk soelaas brengen, maar biedt niet dezelfde bescherming.

Conclusie: Feitelijk samenwonen lijkt attractief, maar leidt in de praktijk tot veel debatten en ongemakken. Het is verstandig – als de relatie en samenwoning iet of wat structureler wordt – om minstens de stap te zetten naar een stelsel van wettelijke samenwoning, hetgeen de partners ten opzichte van elkaar een ruimere bescherming biedt. In afwachting daarvan is een samenlevingscontract een goed idee. Hierin worden afspraken gemaakt, naar eigen inzicht over inkomsten en/of uitgaven. Zeker als er kinderen zijn is dit een must.  Samen vastgoed kopen is voor feitelijke samenwoners een  aandachtspunt. Bekijk voor de aankoop mogelijke oplossingen om te vermijden dat de langstlevende partner in de problemen komt bij het overlijden van zijn of haar partner.  Samenwonen of huwen? We geven je graag de nodige duiding.