Een beschermde baksteen in de maag: de gezinswoning

23 oktober 2018
gezinswoning

Dat Belgen houden van vastgoed is algemeen bekend. Uiteraard start het vastgoedpatrimonium klassiek bij het eigen stekje: de gezinswoning, dit is de woning waar je met jouw gezin effectief verblijft. Zo is er maar één. En die gezinswoning geniet een bijzonder statuut.

Dat bijzonder statuut is erop gericht ervoor te zorgen dat leden van jouw gezin niet zomaar ‘op straat kunnen worden gezet’. Het hebben van een dak boven het hoofd wordt in onze contreien als een basisrecht beschouwd, en terecht.

Stel dat echtgenoten of wettelijk samenwonenden samen een vastgoed hebben verworven, dan is de situatie simpel. Jullie zijn samen eigenaar en moeten steeds samen beslissen. De woning verkopen, verhuren of er een hypotheek laten op vestigen is een gezamenlijke beslissing. Geen enkele partij kan zonder de toestemming van de andere partij alleen handelen. Ruzie tussen de echtelieden kan er dus niet toe leiden dat één van de twee zomaar beslist de woning te verkopen of te verhuren om de andere een pad in de korf te zetten. Dit is een waterdichte beveiliging.

Iets moeilijker wordt het als één van beide echtgenoten of wettelijk samenwonenden alleen eigenaar is van de woning. Door die woning samen te bewonen, krijgt ze het statuut van gezinswoning, waardoor de echtgenoot of wettelijke samenwoner (niet eigenaar) medezeggingschap krijgt. Verkopen, verhuren of schenken bijvoorbeeld vereisen dan steeds het akkoord van de twee partijen. Let wel: stel dat beide partijen het niet eens geraken over één of andere transactie, dan kan de enige eigenaar een machtiging vragen aan de rechtbank. De beveiliging is dus niet absoluut – in tegenstelling tot in de voorgaande situatie- en kan door de rechtbank doorbroken worden. Toch zal dit eerder uitzonderlijk zijn.

Heb je geen eigendom, maar huur je een woning? Ook dan is er een bescherming. De verhuurder moet een opzeg steeds aan beide betekenen, zelfs al heeft slechts één der echtgenoten of wettelijke samenwoners het contract getekend. Omgekeerd is er ook een bescherming. Een huurder kan niet zomaar het contract opzeggen zonder akkoord van zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende partner.

Inzake erfbelasting geniet de gezinswoning eveneens van een speciaal statuut. Echtgenoten en wettelijk samenwonenden betalen immers geen erfbelastingen op dat deel van de gezinswoning die hen ingevolge een overlijden toekomt. Dat zorgt voor een daling van de te betalen belasting. In heel wat huwelijkscontracten wordt daarom voorzien in een keuzebeding om de gezinswoning in volle eigendom bij de langstlevende te krijgen, zonder één euro erfbelasting.

Ben je zelfstandige? Wel dan kan je (als zelfstandige (eenmanszaak) of bestuurder van een vennootschap jouw hoofdverblijfplaats (vaak is dit de gezinswoning) extra beschermen. Naar aanleiding van een faillissement kunnen schuldeisers beslag laten leggen op de woning. Om dit te vermijden kan  – voor beroepsschulden en uiteraard in tempore non suspecto – een ‘verklaring van onvatbaarheid voor beslag’ afgelegd worden bij een notaris naar keuze. Zo is de hoofdverblijfplaats gevrijwaard.

Conclusie: De gezinswoning krijgt een bijzondere plaats in de relatie tussen echtgenoten en wettelijk samenwonenden. Alles is gericht op een maximale bescherming van beiden, in goede en kwade dagen. Ook inzake erfbelasting wordt de gezinswoning gunstig bejegend. Zelfstandigen kunnen met een eenvoudige verklaring hun hoofdverblijfplaats extra beschermen.