De ene gezinswoning is de andere niet, en toch…
15 oktober 2025
Raar maar waar, maar soms is de fiscus echt wel meegaand. Dit is bijvoorbeeld zo bij de vererving van de gezinswoning. De langstlevende partner kan die erven zonder daarop ook maar één cent aan erfbelasting verschuldigd te zijn. Je hoeft daarvoor zelfs niet eens gehuwd zijn, zelfs feitelijk samenwonende partners komen voor deze vrijstelling in aanmerking, op voorwaarde dat ze op datum van het overlijden al minstens drie jaar samenwonen.
En daarmee stopt het niet. Wist je dat deze vrijstelling geldt ongeacht de waarde van de gezinswoning? Dus of je nu een armtierige rijwoning nalaat, dan wel een imposant kasteel, de vrijstelling geldt voor de volle 100%, zonder enige beperking.
En daarmee komen we bij een vraagstuk dat geregeld in de rechtspraak naar boven komt. Bij een grote villa is het bijvoorbeeld niet vreemd dat het domein bestaat uit verschillende percelen met elk een eigen kadastraal nummer. Welnu, ook dat is géén enkel probleem. Zolang al die percelen bij de woning horen zullen ook die percelen vrij van erfbelasting kunnen vererven.
Of een perceel al dan niet een aanhorigheid is, en dus bij de gezinswoning hoort, is een loutere feitenkwestie. In de praktijk volstaat het dat het perceel aanpalend is, liefst ook zonder afsluitingen. Een bijzaak van de woning wordt aanzien als een normaal verlengstuk van de woonfunctie van de gezinswoning.
Een aanpalende tuin is een typisch voorbeeld van een aanhorigheid waar weinig discussie over is, zelfs als die tuin op zich bestaat uit verschillende aansluitende kadastrale percelen. De fiscus aanvaardt zonder morren dat bij een grote villa ook een grote tuin hoort.
Ons lijkt het bovendien perfect verdedigbaar dat bepaalde delen van de tuin apart omheind kunnen zijn, bijvoorbeeld omdat er dieren worden op gehouden.
Omgekeerd zal evenwel vaak moeilijk worden gedaan indien het aanpalend perceel eerder een beroepskarakter heeft, ook al wordt daar geen beroepsactiviteit meer in uitgeoefend.
Ons lijkt het om die reden aan te raden dat wanneer het beroep niet langer meer wordt uitgeoefend, het goed duidelijk om te vormen naar een woonbestemming. Wanneer het goed dan ook nog eens aanpalend is en een bijzaak van de gezinswoning vormt, dan lijkt aan alle voorwaarden te zijn voldaan. Een voorbeeld zou kunnen zijn de dokterswoning naast dewelke destijds een praktijkruimte werd gebouwd. Na het stopzetten van de praktijk kan die aanpalende ruimte dienst doen als ontspanningsruimte van de gezinswoning.
Laat dat desgevallend vastleggen door de notaris of een erkend schatter zodat je bij voorbaat elke twijfel wegneemt. Je realiseert er immers een mooie besparing mee, tot wel 27%, zijnde het hoogst tarief in erfbelastingen tussen partners.
Wij kunnen samen met jou kijken hoe je de aangifte nalatenschap van je onroerend goed het best aanpakt. Maak je afspraak hiervoor op onderstaand mailadres of telefonisch op het nummer 0460/96.51.20
Jan Vanoverbeke
Site by DENK! Creatieve marketing