Gehuwd met scheiding van goederen: geen zwart-witverhaal - Successiehuis

Gehuwd met scheiding van goederen: geen zwart-witverhaal

15 juli 2026

Trouwen met scheiding van goederen heeft duidelijke voordelen. Beide partners behouden hun eigen vermogen, inkomsten en uitgaven en blijven zo financieel autonoom. Bovendien hoeft de ene partner in principe niet in te staan voor de schulden van de andere.

Dat kan vooral belangrijk zijn wanneer een van de partners zelfstandige is. Je wil immers vermijden dat je partner aansprakelijk wordt voor de schulden van jouw onderneming of bij een faillissement mee in de problemen komt.

Toch kan een zuivere scheiding van goederen soms wringen. Partners willen vaak dat er bij het overlijden van een van hen een billijke regeling geldt, gebaseerd op de solidariteit binnen het huwelijk. Ze willen dan een deel van het vermogen herverdelen om het evenwicht tussen beide partners te bewaren.

Een testament kan daarvoor een oplossing bieden, maar is niet volledig sluitend. Het kan op elk moment eenzijdig worden herroepen, zonder dat de begunstigde partner daarvan op de hoogte is.

Ook een finaal verrekenbeding is mogelijk, maar heeft beperkingen. De langstlevende partner krijgt daarbij enkel een vorderingsrecht. Dat kan aanleiding geven tot discussies of conflicten met andere erfgenamen.

Een contractuele erfstelling is dan weer zeer ingrijpend, omdat zij betrekking heeft op alle goederen of op een deel ervan. Deze techniek is daarom minder geschikt wanneer de partners slechts één specifiek vermogensbestanddeel aan de langstlevende willen toekennen.

Sinds 1 september 2018 bestaan er echter nog twee andere mogelijkheden: het verblijvingsbeding voor onverdeelde goederen en het toekenningsbeding voor eigen goederen. Via het huwelijkscontract kunnen partners bepalen dat alle of bepaalde onverdeelde of eigen goederen rechtstreeks aan de langstlevende partner toekomen. Die goederen vallen dan buiten de nalatenschap.

Stel bijvoorbeeld dat de man een onderneming in zijn eigen vermogen heeft. De partners willen dat zijn echtgenote de onderneming na zijn overlijden kan voortzetten, zonder inmenging van andere erfgenamen. In dat geval kan een toekenningsbeding voor die onderneming bijzonder nuttig zijn.

Het beding kan bovendien optioneel worden gemaakt. De langstlevende partner beslist dan pas na het overlijden of hij of zij de onderneming wil overnemen. Acht de langstlevende zich daar op dat moment niet toe in staat, dan kan die afzien van het toekenningsbeding. De onderneming valt in dat geval alsnog in de nalatenschap.

Jan Vanoverbeke

info@successiehuis.be

Wij kunnen samen met jou kijken hoe we best jouw huwelijkscontract aanpassen aan jouw specifieke wensen 0460/96.51.20